Van vacht tot product

Mijn ideaal is om  te werken vanuit een hele vacht, zo van een schaap. Mijn bijdrage aan het redden van wol ;). Dus ofwel vachtvilten, of wassen, kaarden en verder verwerken. Op deze pagina beschrijf ik die handelingen.

Maar het kan soms ook heel fijn zijn om met mooie kleuren te werken, of met wol die voorbehandeld is op een manier die ik (nog) niet kan. dus heb ik ook opties gegeven om met halfproducten verder te werken.

Vachtvilten

Als je een mooie vacht hebt die goed geschoren is kun je hem heel goed vachtvilten door er een nieuwe ‘huid’ onder te vilten met naaldvilt of gekaarde wol. Je krijgt dan als het ware een ‘vegetarische vacht’. Mooi voor op je bank of je buitenmeubel, want het geeft meteen warmte in zowel letterlijke als figuurlijke zin.

Je kunt het makkelijk zelf (leren). Ik heb het geleerd bij de Grebbeveld schaapskudde. Het is echt een buitenklus, je moet niet vies zijn van vuil water en flink werken. Een sportschool heb je die dag niet nodig! 

Als je niet zelf kunt of wilt vachtvilten zijn er bij veel kuddes kant en klaar gevilte vachten te koop.

Wassen

Er zijn verschillende manieren om ruw wol geschikt te maken voor verdere verwerking. het belangrijkste onderscheid is wel of niet bewaren van de lanoline in de wol. als je bv een tapijt wilt maken dan is het fijn als de lanoline er nog inzit omdat dat vuilwerend werkt. ook voor toepassing van wol in buitenkleding is behoud van lanoline nodig.

Met behoud lanoline: Dit is echt een buitenklus die het beste werkt bij hogere buitentemperaturen. Het recept is simpel: laat de wol een tijd in een tobbe regenwater ‘fermenteren’. De tijdsduur is afhankelijk van hoe snel de bacteriën hun werk doen. als het flink begint te ruiken is het proces ver genoeg. De wol uit het water nemen en goed uitpersen, bv in een centrifuge, en dan een aantal keren in vers regenwater spoelen (steeds droogpersen) totdat het spoelwater schoon blijft. Na centrifugeren laten drogen. Ik doe dat op uitgerolde rollen kippengaas

is Ruwe wol wassen moet met zorg gebeuren om de wol niet te laten vervilten. Eerst was ik daar dus erg beducht voor. Maar omdat ik het buiten kan doen, regelmatig over veel regenwater kan beschikken en een zonneboiler heb blijkt het heel makkelijk. Als je dat allemaal niet hebt is er ook wel een kleinere schaal te bedenken.

Allereerst is het belangrijk

Kaarden

Van losse wollokken is het moeilijk om goed samenhangend vilt te maken omdat de haren in de lokken zich niet goed aan hun buurlokken hechten. Daarom is kammen of kaarden nodig, vooral als je wat dunner en gelijkmatiger vilt wilt kunnen maken. Mijn eerste ervaring was met kaardekammen, met kleine hoeveelheden wol tegelijk, dus een langdurig werk. Grotere eenheden wol kunnen verwerkt worden met een kaardemolen, ik ben nu trotse bezitter van een prachtig exemplaar met extra grote trommel. Voor het echt grote werk koop ik gekaarde fleeces van een professionele wolverwerker.  

Vilten

Spinnen

Wol kan meteen vanuit de ruwe vacht gesponnen worden. Dat heeft als voordeel dat je dan de originele woleigenschappen behoudt, zoals de vochtafstoting omdat het wolvet er nog inzit. Maar dat vet houdt ook de geur vast… Uiteraard kan de gesponnen wol gewassen worden, maar een klein deel van het vuil blijft opgesloten in de draad.

Spinnen kan ook met vooraf gewassen wol. Vaak wordt de wol dan eerst nog gekaard (gekamd) of gelont. 

Reacties zijn gesloten.